Achtergrond Dutch Good Growth Fund (DGGF)

  • iedereen (publiek zichtbaar)

Twee vrouwen aan het werk in snijbloemenkas, DGGF pilot-project in Ethiopië

Investeringen vanuit de private sector kunnen een hefboom zijn voor de werkgelegenheid, productiecapaciteit en kennisoverdracht in ontwikkelingslanden en opkomende markten.

De financiering van projecten in deze landen brengt voor banken echter te grote risico’s met zich mee. Hierdoor zijn ze niet snel bereid tot financieren. Dit geldt in het bijzonder voor projecten die het Nederlands midden- en kleinbedrijf (mkb) voorstelt. Nederland heeft zeer veel mkb’ers die willen investeren in, of exporteren naar, opkomende markten en ontwikkelingslanden. Dit zijn vaak goede initiatieven van hoge kwaliteit die lokaal veel impact kunnen realiseren.

Niet alleen Nederlandse ondernemers hebben moeite hun investeringen in ontwikkelingslanden rond te krijgen. Ook ondernemers in deze landen kennen dit probleem. Lokale ondernemers die het niveau van microkredieten zijn ontstegen, hebben vaak geen of onvoldoende toegang tot reguliere financiële dienstverlening.

DGGF verbindt hulp en handel

Het Dutch Good Growth Fund (DGGF) vindt het van cruciaal belang dat Nederlandse en lokale ondernemers de mogelijkheid krijgen verantwoord te ondernemen in opkomende markten en ontwikkelingslanden. Het DGGF verbindt hiermee hulp en handel. Het vergroot de toegang tot financiering voor ondernemers zowel in Nederland als in ontwikkelingslanden en opkomende markten.

Ondernemers met goede, ontwikkelingsrelevante voorstellen kunnen bij het DGGF terecht voor leningen, garanties en aandelenkapitaal (via intermediair fonds). Het DGGF draagt daarmee bij aan het vergroten van toegang tot markten en het versterken van financiële infrastructuur, zowel in Nederland als in opkomende markten en ontwikkelingslanden.

Aandacht voor vrouwelijke en jonge ondernemers

Speciale aandacht gaat uit naar vrouwelijke en jonge ondernemers en ondernemers in fragiele staten. Het DGGF kiest voor intermediaire fondsen en financiering van investerings- en exportplannen van Nederlandse ondernemers die zich richten op het vergroten van financiering voor deze doelgroepen.

Bij de inhoudelijke beoordeling van de aanvragen kijkt het DGGF specifiek naar de relevantie van investeringsprojecten voor deze doelgroepen. Zo kunnen experts de voorstellen van Nederlandse ondernemers screenen op genderaspecten. Dit kan aanleiding zijn voor de inzet van technische assistentie (TA). Bijvoorbeeld wanneer sprake is van lokale productie door vrouwen.

De TA richt zich dan op versterking van de directe omgevingsfactoren zoals trainen in productiemethode, eerstelijns medische voorzieningen, het combineren van werk en zorg voor of onderwijs aan kinderen, of gelijkheid in arbeidsomstandigheden en inkomen. Doel is de economische positie van de vrouwen die direct betrokken zijn bij het investeringsproject te versterken. In het geval van jonge ondernemers of ondernemers in fragiele staten bekijkt het DGGF pro-actief hoe het fonds met TA gerichte ondersteuning kan bieden, bijvoorbeeld met technische en/of marketingtraining.

Internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO)

Met het DGGF willen we winst en haalbaarheid op de lange termijn combineren met structurele economische en sociale impact. Om deze ambitie waar te maken is het een voorwaarde dat zowel de Nederlandse als de lokale ondernemers op een internationaal maatschappelijk verantwoorde manier opereren (IMVO).

Belangrijkste IMVO-uitgangspunt voor het DGGF is dat ondernemers hun eigen verantwoordelijkheid nemen. De OESO-Richtlijnen vormen daarbij het uitgangspunt. Ze dienen goed op de hoogte te zijn van de voor hen relevante IMVO aspecten en risico’s, en te kunnen laten zien dat ze hierover hebben nagedacht (bijvoorbeeld door het hebben van een IMVO beleid en IMVO aspecten in hun systemen en procedures op te nemen). Dit wordt getoetst door de uitvoerders van het DGGF op basis van de uitgangspunten van de OESO richtlijnen en de IFC performance standards en de FMO-uitsluitingslijst.

Een tweede belangrijk uitgangspunt is de mogelijkheid om te verbeteren. Het werken in lage- en middeninkomenslanden en opkomende markten impliceert dat de omstandigheden niet perfect zijn. Waar IMVO-aspecten onvoldoende aandacht krijgen, geven de uitvoerders aandachtspunten mee en hebben ondernemers de mogelijkheid om te verbeteren. Dit kan eventueel in combinatie met training en ondersteuning vanuit het DGGF. Tijdens de uitvoering rapporteren bedrijven regelmatig over (de voortgang op) IMVO-onderwerpen.